Mijn verleden
Ik ben een optimist, maar ook een realist. Indien iets niet gaat zoals ik wil, dan kan ik daar behoorlijk nijdig over worden. Ik ben dus iemand die niet goed binnen een taakomschrijving functioneer. Ik ben anti autoritair, maar kan me behoorlijk aan zinnige regels houden.
Het runnen van een bedrijfje leek mij altijd het leukst. Eigen baas, zelf je besluiten nemen, maar wel open staan voor andere meningen.
Ik schrijf nu 1989 en wil het bedrijf van Jan Brink, Keyser & Co Effectenkantoor overnemen. De heer Jan Brink was een buitenbeentje in ons vak, maar dat maakte mij niet uit, daar ik ook niet een doorsnede van een effectenmakelaar was. Ik was in die tijd wel overtuigd, dat mijn visie niet veel afweek van de latere realiteit. Daar heb ik toen mijn geld mee verdiend. Ik las veel en legde verbanden tussen monetaire autoriteiten, de financiële markten en de beleggers. Ik hield de economische feiten goed in de gaten en zag al gauw de tegenstellingen tussen feiten en fictie.
Deze kennis heb ik zelf aangeleerd en trok daar conclusies uit. Dat betekent, dat ik de huidige crisis wel goed had ingeschat, maar de domheden van centrale banken, commerciële banken, controle instanties en politiek ook niet goed heb geïnterpreteerd. Ik dacht, dat aan het begin van deze eeuw, dat de centrale banken en de politiek haar fouten wel zou inzien. Dat was een geweldige inschattingsfout. Ik schreef alle gerenommeerde instellingen aan om de gevaren van de globalisering en valuta effecten te benadrukken. Dat heeft niet geholpen.
Ik was net zo overtuigd als de heer Duisenberg en Frijns, dat deze strategie verkeerd zou aflopen. Een paar officials van een grote bank wilden zelfs mijn financieel economisch rapport kopen. Ik werd misleid zoals ik bij andere gelegenheden ook wel eens werd beetgenomen.
Ik was echter wel rechtschapen en dat bewees ik door mismanagement bij een aantal cliënten te vergoeden. Niet dat ik daar persoonlijk bij betrokken was, maar één van de mensen gaf een verkeerd advies. Dat kostte ons toen veel geld, maar het was niet dramatisch.
Curatoren geven wel eens geen gehoor bij de doorstart van een bedrijf, ondanks dat er zeer vermogende partijen bij betrokken kunnen zijn. Het betrof in deze de doorstart van Medicopharma, waarbij één van de toenmalige directieleden van Medicopharma een doorstart wilde maken.
De overname van Keyser werd NBC en de B staat voor de naam van zijn zoon Erik of Eric Brink. Deze jonge man stond onder curatele van de heer Herman Misdorp, benoemd door de Effectenbeurs. Wat er met ons kantoor gebeurde grenst aan het onwaarschijnlijke.
De heren Misdorp en Brink wisten in 3 ½ week ons effectenkantoor naar de bliksem te helpen. 1992 werd nog meer dan fl.2.000.000,– verdiend en Eric haalde nota bene begin 1993 met toestemming nog fl.150.000, van de zakenrekening, om een belastingschuld te betalen. Een geplande reis naar Amerika werd mij fataal.
Bijna iedere week hielden wij een korte vergadering, waarbij de economische en financiële gevolgen besproken werden. Misdorp was na 1991 nooit meer op deze marktbespreking en verontschuldigde zich bij iedere vergadering, behalve de zitting vlak voor mijn vertrek. Deze bijeenkomst was helemaal afgestemd op research en ondersteund door grafieken en werd besloten de baissepositie geheel dicht te maken. De afspraak werd gemaakt om voor rekening en risico van klanten kleine hausseposities aan te gaan. In 1991 werd besloten geen positie voor rekening van de zaak in te nemen. Deze maatregel was noodzakelijk, daar de betrokken handelaar geen verlies kon nemen.
Deze feiten zijn terug te vinden in het eerste curatorenverslag van de heer Schimmelpenninck. De praktijk was echter anders. De heer Brink en Misdorp hadden blijkbaar andere belangen. In de eerste plaats werd een grote obligatieportefeuille van een particulier niet aan een buitenlandse depotbank conform de instructies uitgeleverd. Dit misdrijf werd door de heer Brink (in samenwerking met Misdorp?) bedacht. Half februari 1993 was Brink al van plan om voor mij onbekende reden, deze posten, als dekking voor geleende stukken, aan Pierson uit te leveren, terwijl we geen enkele financiële verplichting hadden. We hadden vrijwel geen baissepositie meer, dus ook geen financiële verplichting.
De instructie om deze stukken uit te leveren, werden door Brink vrijwel op dezelfde dag van mijn vertrek naar Amerika uitgevoerd. Maar waarom en waarom geen alarm van de heer Misdorp. Hoofd van de boekhouding(CFO). Er moeten een paar steekjes los hebben gezeten, dat kan niet anders. Maar dat het een vooropgezet plan was, is duidelijk. Dat bewijst de onmetelijk grote baissepositie vanaf de eerste dag van mijn vertrek.
Op de derde dag van mijn bezoek, belde ik vanuit Nashville om even te horen hoe het ging. Alles ging goed volgens Brink. Ik hoefde mij geen zorgen te maken. Het telefoongesprek stond op de afrekening van het hotel. 2 dagen voor mijn vertrek vanuit Montana kreeg ik, midden in de nacht van Brink een alarmbelletje. Ik begreep er niets van en zei dat ik geen vliegtuig eerder kon pakken. Bovendien was ik om 3.15 uur nog slaapdronken met een paar glazen whisky op . Bij terugkomst in Amsterdam meteen naar het controle bureau gesneld en gemeld dat het mis was.
Ik heb mezelf dikwijls afgevraagd, waarom dit moest gebeuren. Ik heb ook vergissingen en domme dingen gedaan, maar niet in die mate.
Brink wilde zelfs de in ons depot zittende laatste US$.100.000,– obligaties aan Pierson uitleveren. Ik herinnerde mij het gesprek van de dokter, dat de heer Brink nog onder psychiatrische behandeling liep. Ja dat was ook bij mijn advocaat bekend, maar dat was geen aanleiding meer om hem daarop aan te spreken.
Nu ik na 20 jaar nog vrijwel iedere dag met dit faillissement en onwaarheden te maken heb en geen enkele autoriteit mij kan helpen, heb ik het besluit genomen om dit verhaal nu zelf te publiceren.
Het gerechtshof heeft alle bewijzen naast zich neergelegd, zo ook mijn oproep alle telefoongesprekken uit en in Amerika op te vragen. Ja ik ben op aannames, leugens, onwaarheden veroordeeld. Bewijzen van het tegendeel werden ter zijde geschoven.
Dit schrijven dient om alle artikelen, die gebaseerd zijn op hoor maar geen wederhoor, aan de kaak te stellen. De kwaliteit van de krantenartikelen laat ik ter beoordeling van de lezers over. Alle benoemde zaken worden door bewijsmateriaal gestaafd.